Insolventie: voorkomen is beter (accountant kom in actie!)
Najaar 2008 heb ik de themabijeenkomst van het NOvAA: ‘voorkomen is beter, accountant en insolventie’ bijgewoond. Mijn deelname was vooral gericht op de vraag hoe tijdig bijgestuurd kan worden vóór er sprake is van insolventie.
Opmerkelijk, en ook wel een beetje teleurstellend, aan deze bijeenkomst was dat er vooral werd gesproken over de nieuwe insolventiewet, als opvolger van de huidige faillissementswet. Als deze wet er komt, en dat is nog maar de vraag, verandert er best veel. Met name de positie van de andere schuldeisers wordt verbeterd t.o.v. de staat. Bovendien wordt er niet meer op liquidatie gestuurd, maar is doorstart veel meer de bedoeling.
De nodige aandacht werd besteed aan de deskundigheidseisen voor de bewindvoerder / insolventiespecialist (opvolger van de huidige curator). Weinig discussie bestond over de huisaccountant: die moet een andere accountant voor dit werk naar voren laten komen: een externe die los staat van de emotie, die ook geen langdurige relatie hoeft maar zakelijk en snel de beste oplossingen zoekt.
Wie speelt een rol bij vroegtijdige signalering van bijsturingnoodzaak:
- De ondernemer zelf: over het algemeen is een ondernemer te optimistisch ingesteld om de signalen echt op waarde te schatten
- De accountant: zou deze signalen wel degelijk kunnen zien en ziet deze vaak wel. Ondanks de vertrouwensrelatie blijkt het moeilijk bespreekbaar te maken te zijn. Bovendien wil de accountant het graag zelf helpen opknappen, hetgeen zijn advies verdacht maakt omdat het omzet voor hem genereert. Mogelijk is hij ook huiverig voor het spanningsveld met de verklaring (continuïteitsvraag) die hij afgeeft, ook al hoeft dat nu net niet zo te zijn als er maar tijdig gereageerd wordt!
- De bank: krijgt signalen, maar vaak toch met wat vertraging. Pas als bijzonder beheer aan de orde komt, worden er specialisten naar de klant te sturen om te helpen, of negatiever gesteld om te redden wat er te redden valt. Uit deze werkwijze komt overigens wel het gros van de huidige doorstarts voort.
De recovery rate is bij een formele reorganisatie (doorstart na faillissement) 6%, bij een informele reorganisatie 60%. Tijdig ingrijpen is dus duidelijk succesvol.
Als er gestreefd wordt naar het verhogen van het aantal situaties die niet tot liquidatie leiden, lijkt de huisaccountant dus de meest aangewezen partij om actie te ondernemen. Hij is als eerste externe op de hoogte en is dichtbij om het bespreekbaar te maken. Behalve dat hij ‘verdacht’ kan zijn (eigenbelang), blijkt dat de vertrouwensrelatie ook niet zo groot is als altijd werd aangenomen. Aan de zaal werd de vraag gesteld wie zich als ‘geweten’ van de klant ziet: die signaleert en bespreekt als iets niet de goede kant op gaat: het aantal vingers dat werd opgestoken was verbluffend gering!
Mogelijk speelt ook nog iets anders een rol en dat is dat een accountant erg gesteld is op feiten: het moet aantoonbaar / bewijsbaar zijn. Signalen zijn dat op zich ook wel maar een signaal is naar zijn aard al iets ongrijpbaars. Dit zou ook een reden kunnen zijn dat de accountant wat huiverig is om dit te bespreken met zijn klant, die daar bovendien misschien niet zo voor open staat.
Zelf heb ik ervaren bij de oriëntatie voor de opstart van mijn eigen consultancy bedrijf dat accountants niet erg geneigd zijn om een andere adviseur bij hun klanten naar binnen te laten komen, omdat ze die werkzaamheden zelf als interessant bestempelen en een enkeling in een eerlijke bui toegaf dat ‘broodnijd’ hierbij een belangrijke rol speelt.
Bij het tijdig bijsturen van ondernemingen die zich in de verkeerde richting ontwikkelen zijn de huisaccountants cruciaal. Op hen rust de taak hun klant op de problemen te wijzen en hen te adviseren hiervoor een externe deskundige in te huren. De continuïteit van de relatie komt hiermee niet onder druk te staan. Dus: accountant kom in actie!