|
Een beeld van de nabije toekomst.
De werkdruk is al te hoog en nu gaan we bezuinigen. En bezuinigen binnen de overheid betekent meestal niet een heroverweging van de dingen die gedaan worden en de manier waarop dat gedaan wordt. Nee, we blijven alles doen wat we al deden, maar dan met minder mensen. En soms wordt daar een mooi labeltje aan gegeven, soms is het eenvoudig de kaasschaaf. Deze manier van bezuinigen levert dus een verdere verhoging van de werkdruk op. We zitten in een neerwaartse spiraal. Mensen gaan ziek worden.
80% van de managers in Europa is bezorgd over de werkdruk, zo blijkt uit de Esener-enquête. Toch heeft slechts 26% van de bedrijven maatregelen getroffen. Zou die 20% die zich niet ongerust maakt gewoon niet doorhebben wat er aan de hand is? Of is dat juist de categorie die al maatregelen heeft getroffen, vraag ik me dan af. Feit is in ieder geval dat er wel ongerustheid is, maar dat er geen actie wordt ondernomen.
Soms moet je gewoon even niets doen, dan gaat een probleem vanzelf weer over. Dat kan echt werken. Kan dat hier ook spelen? Laten we eens kijken wat er aan de hand is op de arbeidsmarkt. Door de vergrijzing gaan heel veel mensen met pensioen. Veel ervaring verlaat de organisatie. Dit wordt voor een deel vervangen door mensen met nog weinig ervaring. Voor een deel, want er zijn straks gewoon minder mensen beschikbaar op de arbeidsmarkt. Dus je moet straks met minder mensen en veel minder ervaring het werk doen. Maar de werkdruk is nu al zo hoog! 50% van de werknemers ervaart een hoge werkdruk, bijna 26% ervaart die als te hoog. Te hoog is de basis voor een burn-out. De cijfers vallen nog wat onprettiger uit voor de ambtenaren, in het bedrijfsleven liggen de percentages juist lager.
Even samenvatten:
De werkdruk is al (te) hoog en zal door de bezuinigingen en de vergrijzing dus alleen maar toenemen. Naar mijn inschatting is dit niet een probleem uit de categorie “het gaat vanzelf wel weer over”. Maar toch lijken managers desondanks nog steeds te denken “wie dan leeft, die dan zorgt”.
Door de verkrapping op de arbeidsmarkt kunnen medewerkers weer veel meer gaan bepalen waar ze willen werken. Dat willen ze doen op plaatsen waar ze zich kunnen ontwikkelen. Waar ze uitdagingen tegen komen. Je moet dus zorgen een aantrekkelijke werkgever te zijn. Niet door gouden kettingen maar door het ontwikkelen van professionaliteit. De overheid heeft niet de naam de uitdagendste werkgever te zijn, dus in de concurrentieslag om het (goede) personeel sta je al op achterstand.
Wat zal je moeten doen:
· Zorg dat je aantrekkelijk bent als werkgever (ik kom daar in een volgende column op terug, ik heb daar in de column “de twee wegen naar Het Nieuwe Werken” ook al iets over gezegd).
· Benadruk je maatschappelijke betekenis: mensen willen steeds meer maatschappelijk relevant werk doen, daarin schuilt een kans!
· Neem de negatieve aspecten zo veel mogelijk weg. De belangrijkste stressfactoren zijn: tijdsdruk, werkonzekerheid, slechte verhoudingen met collega’s of met het management. Daarnaast spelen pesten en geweld ook nog een rol. Heel gericht werken aan het opsporen en wegnemen van deze negatieve aspecten helpt al snel de werkdruk te verlagen. |